Fietsers stemmen met hun wielen: wat een Canadese studie leert over de stad van de fiets

Auteur zonder afbeelding icoon
Redactie
02 september 2026
3 min

Dit onderzoek kwam op onze radar doordat de Dutch Cycling Embassy het onder de aandacht bracht, en het is precies het soort bewijs waar we bij Dutch Cycling Week naar zoeken: harde data die bevestigt wat fietsers al lang aanvoelen. Onderzoekers van de National University of Singapore (Hua, Ito & Biljecki, 2026) analyseerden duizenden GPS-fietsritten in Montreal en koppelden die aan Google Street View-beelden langs elke route. Met een deep learning-model werd elk straatbeeld ontleed in bruikbare pixels: hoeveel groen zichtbaar is, hoeveel lucht, hoeveel geparkeerde auto’s en verkeer, hoeveel voetgangers en fietsers. De uitkomst is een verrassend gedetailleerd beeld van wat fietsers werkelijk drijft, en dat beeld is voer voor iedereen die aan de stad van de toekomst bouwt.

Fietsers kiezen ervaring boven snelheid

De meest fundamentele conclusie is meteen de belangrijkste: fietsers nemen bijna nooit de kortste route. Ze ruilen tijdwinst structureel in voor een prettigere rit. Ongeacht het reisdoel kiezen mensen consequent voor straten met meer groen, minder gemotoriseerd verkeer en meer andere voetgangers en fietsers om zich heen, ook als dat een omweg betekent. Dat is geen incidentele voorkeur van een enthousiaste minderheid, het is een patroon dat in de hele dataset terugkeert. Wie fietsinfrastructuur alleen beoordeelt op afstand en doorstroming, meet dus het verkeerde ding.

Eén fietsnetwerk voor alle doelen bestaat niet

Even belangrijk is dat “de fietser” niet bestaat. Sportieve ritten wijken het sterkst af van de kortste route: mensen nemen bewust langere, afwisselende omwegen door wijken met veel functiemix, hogere welvaart en oudere bewoners, alsof de rit zelf het doel is. Woon-werkverkeer gedraagt zich compleet anders. Forensen kiezen routes langs duurdere woningen met minder functiemix, wat wijst op een voorkeur voor rustige, overwegend residentiële straten boven drukke gemengde gebieden. Een boodschappenrit vraagt weer om iets anders: korte, voorzieningenrijke verbindingen dicht bij huis. Eén uniform fietsnetwerk kan onmogelijk aan al die verschillende behoeften voldoen.

Groen en rust wegen zwaarder dan een paar bespaarde minuten

Vooral bij woon-werkverkeer en sport is het effect van een groene, rustige omgeving groot: cyclisten accepteren een langere rit in ruil voor minder verkeer en meer beleving onderweg. Opvallend is ook wat er niét toe doet. Factoren als temperatuur, hellingsgraad, huizenprijs en de maand van het jaar verschillen nauwelijks tussen reisdoelen. Het zijn juist het tijdstip van de dag, de dichtheid aan voorzieningen en de mate van afwijking van de kortste route die verklaren waarom iemand fietst. Dat betekent dat comfort en groen geen “nice to have” zijn voor de enthousiaste fietser, maar een structurele factor voor iedereen.

Wat dit vraagt van beleid en ontwerp

Voor stedenbouwkundigen en beleidsmakers is de vertaalslag helder. Fietsinfrastructuur ontwerpen als één uniform netwerk mist de essentie. Een forens heeft baat bij directe, rustige verbindingen tussen wonen en werken. Een sportieve fietser zoekt juist lange, afwisselende, groene lussen. Een boodschappenrit vraagt om korte, dichte verbindingen met voorzieningen. Dat onderscheid zou moeten doorklinken in hoe we routes plannen, waar we groen toevoegen en welke straten we ontmoedigen voor gemotoriseerd verkeer. De auteurs zijn eerlijk over de beperkingen: de data komt uit één stad en de steekproef is niet per se representatief. Maar de methode zelf, het combineren van visuele straatbeeld-analyse met GPS-data en reisdoel, is een sjabloon dat andere steden, inclusief de onze, zo kunnen overnemen.

Dit thema brengen we dan ook graag onder de aandacht tijdens de evenementen rond Dutch Cycling Week. Maar het hoort wat ons betreft ook nadrukkelijk op de politieke agenda thuis, als bouwsteen voor de stad van de toekomst waarin de fiets niet de uitzondering is, maar de norm.